In Roos in Richting wordt de bloem niet langer gezien als een zachte, organische vorm, maar als een constructie van energie. De rozen breken open in facetten van rood, wit en goud, waarbij elke petal een vector wordt - een richting, een puls. De vaas fungeert als een geometrisch centrum, een prisma waarin licht wordt gebroken tot ritme. De tafel, ooit een stille ondergrond, verandert in een veld van diagonale spanning. Dit werk toont hoe de roos symbool van kwetsbaarheid, kan worden herleid tot een architectuur van beweging: een bloem die niet bloeit, maar stroomt.
Anders
Gemengde techniek
45 x 60 x 1
2026
comments.comments-added