Kunstenaars ontdekken Dongen

In de 19e eeuw trekken kunstenaars als August Allebé, Jozef Israëls, Max Liebermann, Albert Neuhuys, Suze Robertson en Jan Veth naar het Brabantse Dongen. Te midden van inlandse duinen, landerijen en donkere bossen vinden ze traditionele boerderijen en hun bewoners. De kunstenaars worden gedreven door nostalgie en nationalisme. Door de afscheiding van België (1830) en de onzekerheden van de moderne tijd verlangen ze terug naar de Gouden Eeuw. De reis naar Dongen heeft voor hen het effect van een tijdmachine. Ze kunnen daar zelf het ‘oude Holland’ van hun illustere voorgangers ervaren.

Een van de ontdekkers van Dongen is Constant Huijsmans, tekenleraar aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Hij maakt onder meer een schilderij van militairen die bij Dongen bivakkeren. De taferelen wekken het enthousiasme van zijn bevriende collega Willem Hendrik Schmidt uit Delft. Schmidt trekt ’s zomers met zijn leerlingen, onder wie de latere kunstenaar Christoffel Bisschop, naar Dongen om te werken in de natuur.


Vincent van Gogh

Gaandeweg raakt het dorp steeds bekender bij kunstenaars uit de wijde omtrek. Ze logeren voor korte of lange tijd in de herberg van vrouw Muskens. Ze maken tekeningen en schilderijen van boereninterieurs en hun bewoners, van gezamenlijke aardappelmaaltijden, boerinnen in klederdracht en van ambachtslieden, zoals thuiswevers, schoenmakers en kantklosters.
Hun werk wordt in korte tijd bijzonder populair en vormt een inspiratiebron voor andere schilders, zoals Vincent van Gogh en zijn beroemde schilderij de Aardappeleters
 
August Allabé, Olieverf op paneel, 1869


De heks van Dongen

Een oude boerin, Pietje Verhoef, wordt voor de kunstenaars een geliefd model. Ze beelden haar veelvuldig af, kromgebogen over haar handwerk, aan het spinnenwiel, sjouwend met een takkenbos, als waarzegster of toverkol. De ‘heks van Dongen’ groeit zo uit tot de verpersoonlijking van het schildersdorp Dongen.


Twee 'ontdekkingen' toegevoegd

Aan de tentoonstelling ‘De heks van Dongen – Een kunstenaarsdorp in de 19e eeuw’ worden met ingang van dinsdag 17 december twee werken toegevoegd. Het gaat om een studie van een boerderij door Karel Klinkenberg (1852-1924) en een klein paneel van een koffiemalende boerin van August Allebé (1838-1927). “Door de persaandacht lazen de eigenaren (particulieren) over de tentoonstelling en besloten de werken aan te bieden”, aldus een woordvoerster van het Bredase museum. “Vervolgens zijn Monique Rakhorst (conservator oude kunst Stedelijk Museum Breda) en Ron Dirven (directeur-conservator Vincent van GoghHuis en samensteller van deze tentoonstelling) het traject ingegaan van documentatie, onderzoek en verificatie. Het zijn 100 procent zeker authentieke werken.”De twee nieuwe stukken worden bij hoge uitzondering toegevoegd aan de tentoonstelling en de directie van het Stedelijk Museum Breda overweegt de twee nieuwe stukken inmiddels om aan te kopen. 


Met schilderijen en tekeningen uit de collecties van het Rijksmuseum,
het Van Gogh Museum en het Mauritshuis. In samenwerking met het Vincent Van GoghHuis in Zundert.


Van 12 oktober tot en met 26 januari 2020 te zien in het Stedelijk Museum Breda